Citaat | Rechtbank Gelderland 3 april 2014

Onder 16. Rechtbank Gelderland 3 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 3 april 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:2199.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Wet OB en artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de Btw-richtlijn wordt het gebruiken van een tot het bedrijf behorende auto voor privédoeleinden gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel. De berekening van de ingevolge artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Wet OB verschuldigde belasting volgt met ingang van 1 juli 2011 uit artikel 8, zevende lid, Wet OB en artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking. Ingevolge artikel 75 van de Btw-richtlijn is de maatstaf van heffing het bedrag van de door een belastingplichtige voor het verrichten van de diensten gemaakte kosten. In het Besluit van 29 juni 2011 is een forfaitaire regeling opgenomen, die het karakter heeft van een goedkeuring, waarop een belastingplichtige desgewenst een beroep kan doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d39b8ea2bbe2c099a2c76d1507eb19fd9c6c04138241774bb5dbd9b3d240dea7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d39b8ea2bbe2c099a2c76d1507eb19fd9c6c04138241774bb5dbd9b3d240dea7, en de alinea staat in dat document op bytes 17390 tot 18256.