Citaat | Rechtbank Gelderland 27 november 2014
Alinea 58 Rechtbank Gelderland 27 november 2014
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 27 november 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7288.
14. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit het bepaalde in artikel 10, zevende lid, van de Wet BPM voort dat eiseres in het aangiftetraject (inclusief eventueel bezwaar en beroep) niet kan terugkomen op een eenmaal gemaakte keuze voor de wijze van bepaling van de afschrijving. Uit het artikel blijkt niet dat verweerder geen rekening mag houden met andere gegevens. Het aangiftetraject is in de onderhavige gevallen geëindigd met de voldoening op aangifte. Daarna heeft verweerder een nieuw traject in gang gezet om te komen tot de naheffing. Immers, de grondslag voor de voldoening op aangifte is artikel 1 van de Wet BPM, terwijl de grondslag voor de naheffing is gelegen in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Dit wordt bevestigd door het oordeel van de Hoge Raad in HR 28 juni 2013, ECLI: NL:HR:2013:64. De Hoge Raad oordeelde in dat arrest dat naheffing reeds mogelijk is voordat de registratie van het voertuig heeft plaatsgevonden, nu de belasting verschuldigd wordt bij het doen van aangifte en op dat moment op grond van artikel 20, eerste lid, van de AWR de bevoegdheid tot naheffing ontstaat. Dat sprake is van gescheiden trajecten blijkt ook uit de uitspraak van het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 29 mei 2009, ECLI: NL:GHSHE:2009:BJ3817.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cd01f4df92a4988ca8c53ade66141de6787ce59a92e2851948f48a00b5709a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cd01f4df92a4988ca8c53ade66141de6787ce59a92e2851948f48a00b5709a, en de alinea staat in dat document op bytes 19541 tot 20852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7cd01f4df92a4988ca8c53ade66141de6787ce59a92e2851948f48a00b5709a | shasum -a 256