Citaat | Rechtbank Gelderland 22 oktober 2015

Alinea 426 Rechtbank Gelderland 22 oktober 2015

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 22 oktober 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:6472.

32. Verweerder heeft in dit verband nog betoogd dat de prognoses ondeugdelijk zijn, onder meer omdat zij zijn gebaseerd op de aankoopprijs van het schip van USD 48.000.000, welke prijs volgens verweerder onzakelijk hoog is. Verweerder heeft gesteld dat die prijs kunstmatig hoog is vastgesteld om de participanten een zo groot mogelijk fiscaal voordeel te laten genieten. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft verweerder gewezen op de veel lagere bouwprijs van het schip en de veel lagere aanschafprijs voor het schip [d] in 2010. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Eiser heeft in dit verband in de eerste plaats gesteld dat het verschil tussen de bouwprijs en de verkoopprijs kan worden verklaard door het feit dat het Fonds het schip heeft aangekocht inclusief management, bemanning en timecharterovereenkomst, vergelijkbaar met een turnkey-project. Verweerder heeft dit onvoldoende weersproken, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid van deze verklaring. In de tweede plaats heeft eiser erop gewezen dat het schip [d] in 2010 als project in de markt is gezet, maar dat daarvoor geen investeerders konden worden gevonden, zodat geen sprake is van een in de markt gerealiseerde prijs voor een vergelijkbaar schip. Daarom kan de informatie over dat schip ook niet gebruikt worden voor het onderhavige schip, dat al in 2006 is besteld en waarvan de bouwprijs vier jaar eerder daadwerkelijk in de markt tot stand is gekomen. Verweerder heeft dit eveneens onvoldoende weersproken, zodat de rechtbank van de juistheid van deze verklaring uitgaat. Gelet hierop en nu, anders dan verweerder heeft gesteld, sprake is van een verkoop tussen niet-gelieerde partijen, ziet de rechtbank onvoldoende concrete aanknopingspunten om te oordelen dat de aankoopprijs van het schip onzakelijk hoog is en dat om die reden de rendementsprognoses niet kunnen dienen als onderbouwing van de objectieve voordeelverwachting. Voor zover verweerder in dit verband nog heeft gesteld dat het Fonds in wezen niet de economisch eigenaar van het schip is en het schip in wezen alleen voor rekening en risico van de juridisch eigenaar wordt geëxploiteerd, gaat de rechtbank aan die stelling voorbij onder verwijzing naar hetgeen het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld in de eerder aangehaalde uitspraak (r.o. 4.11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d02ee09560d1bb32e14133fa9f05434db0bc953184030ad8af2325ad93fbacd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d02ee09560d1bb32e14133fa9f05434db0bc953184030ad8af2325ad93fbacd, en de alinea staat in dat document op bytes 72202 tot 74527.