Citaat | Rechtbank Gelderland 22 oktober 2015

Alinea 439 Rechtbank Gelderland 22 oktober 2015

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 22 oktober 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:6472.

43. Naar het oordeel van de rechtbank dient voor het begrip 'betalen' in artikel 3.35 van de Wet IB 2001 te worden aangesloten bij de civielrechtelijke betekenis daarvan. Daaraan is in dit geval voldaan, omdat [L] BV de gelden heeft geleend en deze op grond van die titel op haar bankrekening heeft ontvangen. Noch de tekst van de wet noch de totstandkomingsgeschiedenis daarvan bieden aanknopingspunten voor een andere benadering, zoals voorgestaan door verweerder. De eis dat betalingen het vermogen van de onderneming onherroepelijk zouden moeten hebben verlaten is een eis die in artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wet IB 2001 is neergelegd voor specifieke betalingen, namelijk de betalingen bedoeld in artikel 3.27 van de Wet IB 2001. Daaronder vallen derhalve niet de betalingen als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet IB 2001.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d02ee09560d1bb32e14133fa9f05434db0bc953184030ad8af2325ad93fbacd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d02ee09560d1bb32e14133fa9f05434db0bc953184030ad8af2325ad93fbacd, en de alinea staat in dat document op bytes 78882 tot 79743.