Citaat | Rechtbank Gelderland 5 februari 2015

Alinea 54 Rechtbank Gelderland 5 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 5 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:660.

21. Met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2014, ECLI: NL:HR:2014:3606, en de uitspraken van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2682 en 2983, is de rechtbank van oordeel dat de in voormelde artikelen 30f, vijfde lid, en 30hb van de AWR neergelegde rentevoeten voldoen aan de vereisten die het HvJ heeft gesteld aan de rentevergoeding die lidstaten verplicht zijn te betalen indien in strijd met het Unierecht geheven belastingen worden terugbetaald. Dit is anders voor de in voormeld artikel 30f, derde lid, letter d, onder 2º, van de AWR neergelegde termijn. Op grond van het in het Unierecht geldende doeltreffendheidsbeginsel (zie arrest Mariana Irimie, HvJ 18 april 2013, C-565/11, ECLI: EU:C:2013:250, onderdelen 26 tot en met 28) is de rechtbank van oordeel dat rente moet worden vergoed over het tijdvak dat aanvangt op de dag na die van de betaling van de onverschuldigde BPM en eindigt op de dag waarop het betreffende bedrag wordt terugbetaald. Nu niet bekend is op welke dag de terugbetaling zal plaatsvinden of wellicht heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank verweerder gelasten de rentevergoeding te berekenen op de wijze zoals hiervoor omschreven. Het aldus berekende bedrag dient te worden verminderd met de rente die reeds is vergoed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec24eac061d2d932ab092e7f78ada5a8bf58a4fd1fb234f0d1f40b4b29405c57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec24eac061d2d932ab092e7f78ada5a8bf58a4fd1fb234f0d1f40b4b29405c57, en de alinea staat in dat document op bytes 21246 tot 22567.