Citaat | Rechtbank Gelderland 5 februari 2015

Alinea 59 Rechtbank Gelderland 5 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 5 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:660.

25. De rechtbank is evenwel van oordeel dat sprake is van omstandigheden die aanleiding geven om de redelijke termijn voor de onderhavige procedure op een langere termijn dan twee jaren te stellen. De gemachtigde van eiseres heeft vanaf mei 2010 een zeer groot aantal gelijksoortige bezwaarschriften tegen de heffing van BPM bij verweerder ingediend. Vanaf medio 2011 hebben verweerder en de gemachtigde besprekingen gevoerd teneinde tot een oplossing te komen voor deze geschillen. Het is aannemelijk dat door middel van overleg sneller beslist zou kunnen worden op de zeer grote aantallen bezwaarschriften dan wanneer in elke individuele zaak op het bezwaar beslist zou moeten worden. De besprekingen hebben geleid tot een op 17 februari 2012 gesloten vaststellingsovereenkomst, waarna de gemachtigde van eiseres het merendeel van de door hem ingediende bezwaarschriften (60%) heeft ingetrokken. Nadat de gemachtigde had aangegeven welke bezwaren niet werden ingetrokken, heeft verweerder alsnog binnen een tijdsbestek van enkele maanden op die bezwaren uitspraak gedaan. Nu niet is gebleken dat de gemachtigde voorafgaand aan de besprekingen een deel van de bezwaarschriften heeft uitgezonderd van de besprekingen, gaat de rechtbank ervan uit dat ook namens eiseres is ingestemd met een verlenging van de termijn als gevolg van het overleg. Dat de overeenkomst zich uiteindelijk beperkt heeft tot zaken die tot 1 juli 2011 zijn aangebracht, terwijl een deel van de onderhavige bezwaarschriften van nadien dateert, rechtvaardigt niet de conclusie dat vanaf het begin helder was dat de onderhavige zaken niet behoorden tot de groep waarover is overlegd. Bovendien is het naar het oordeel van de rechtbank te billijken dat verweerder eerst heeft getracht een overeenkomst over de lopende zaken te sluiten alvorens op latere, inhoudelijk vergelijkbare zaken te beslissen. Het ligt immers voor de hand dat verweerder de onderhandelingen niet wenste te doorkruisen. Dit betekent dat voor de berekening van de overschrijding van de redelijke termijn de periode van 21 juni 2011 tot 28 mei 2012 niet wordt meegerekend. Voorts heeft de procedure bij de rechtbank stilgelegen van 24 augustus tot 19 december 2013 in verband met het feit dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch prejudiciële vragen aan het HvJ had gesteld, waarvan de beantwoording relevant was voor de onderhavige zaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec24eac061d2d932ab092e7f78ada5a8bf58a4fd1fb234f0d1f40b4b29405c57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec24eac061d2d932ab092e7f78ada5a8bf58a4fd1fb234f0d1f40b4b29405c57, en de alinea staat in dat document op bytes 24128 tot 26520.