Citaat | Rechtbank Gelderland 24 maart 2016
Alinea 46 Rechtbank Gelderland 24 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 24 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1663.
20. Volgens verweerder is een matiging tot € 30 per gegrond verklaard object in het onderhavige geval redelijk omdat dat zou neerkomen op een uurloon voor de gemachtigde van € 440. Verweerder verliest daarbij echter uit het oog dat niet alle bezwaren tegen de elf objecten gegrond zijn verklaard en dat de gemachtigde ook tijd heeft besteed aan voorbereidende werkzaamheden voor de hoorzitting. Aangezien slechts een gering aantal zaken op de hoorzitting is besproken en bij slechts vijf of zes WOZ-objecten (op vier aanslagbiljetten) de bezwaren gegrond zijn verklaard, is de rechtbank van oordeel dat toekenning van een forfaitaire proceskostenvergoeding in het onderhavige geval niet onrechtvaardig uitpakt. Dat kan anders zijn wanneer op een hoorzitting een groter aantal WOZ-objecten wordt besproken, maar daarvan was in het onderhavige geval geen sprake. Van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, derde lid, van het Bpb, is derhalve geen sprake. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting te matigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f4a7973d34f704b7d19b1cd1386c42e911aaf0311ce7843a9b2729006fcf11c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f4a7973d34f704b7d19b1cd1386c42e911aaf0311ce7843a9b2729006fcf11c, en de alinea staat in dat document op bytes 20285 tot 21366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f4a7973d34f704b7d19b1cd1386c42e911aaf0311ce7843a9b2729006fcf11c | shasum -a 256