Citaat | Rechtbank Gelderland 21 april 2016

Alinea 43 Rechtbank Gelderland 21 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 21 april 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:2184.

13. Eiseres is van mening dat verweerder aanvullende informatie had dienen in te brengen in de vorm van koerslijsten, naar de rechtbank begrijpt om uit te sluiten dat de naheffingsaanslag tot een te hoog bedrag wordt vastgesteld. Als uit de koerslijsten een hogere afschrijving blijkt dan uit de tabel voortvloeit, moet - zo begrijpt de rechtbank het standpunt van eiseres - rekening worden gehouden met die hogere afschrijving ter bepaling van de hoogte van de naheffing. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Uit het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2016, ECLI: NL:HR:2016:421 vloeit voort dat de wettelijke regeling van artikel 10 van de Wet BPM niet in strijd is met het Unierecht. Op grond van die regeling dient de belastingplichtige bij de aangifte opgaaf te doen van de gegevens die nodig zijn voor het bepalen van de reële waardevermindering van het desbetreffende motorvoertuig in overeenstemming met artikel 110 VWEU. Voor zover controleerbaarheid daarvan hieraan niet in de weg staat, kan dit ook nog in de bezwaar- en beroepsfase. Hieruit leidt de rechtbank af dat naar het oordeel van de Hoge Raad het Unierecht zich er niet tegen verzet dat volgens de wettelijke regeling de belastingplichtige degene is die deze gegevens in het aangiftetraject (inclusief eventuele bezwaar- en beroepsprocedure) dient over te leggen. Nu eiseres dit in deze zaken niet heeft gedaan, behoefde verweerder daar naar het oordeel van de rechtbank bij het opleggen van de naheffingsaanslag geen actief onderzoek naar te doen. Eiseres had het vrijgestaan zelf tegenbewijs bij te brengen, ook in het kader van de naheffingsaanslag, om de juistheid van de naheffingsaanslag te betwisten. Zij heeft hiervoor niet gekozen, terwijl hiervoor voldoende gelegenheid is geweest. Gelet hierop wordt aan de stelling van eiseres op dit punt voorbijgegaan. Er is geen enkele aanwijzing dat naheffing op basis van de tabel met de juiste CO2-uitstoot in dit geval leidt tot een te hoge heffing. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat voor de beoordeling of sprake is van strijd met het Unierecht het beleid ter zake van de vraag of de auto’s als nieuw of gebruikt moeten worden aangemerkt niet van belang is (vgl. r.o. 4.3. van het arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2016).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e01308e6ca88bd45158a4f09b82fc265f377d1ddccc397f9d450efc3821af9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e01308e6ca88bd45158a4f09b82fc265f377d1ddccc397f9d450efc3821af9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17636 tot 19909.