Citaat | Rechtbank Gelderland 14 juni 2016

Alinea 29 Rechtbank Gelderland 14 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 14 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3159.

5. Voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat artikel 28c van de Invorderingswet (hierna: IW) reeds voorziet in een passende vergoeding, verwijst de rechtbank naar haar uitspraak van 11 februari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:707. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld dat de regeling van artikel 28c van de IW in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel en het gelijkwaardigheidsbeginsel, kort gezegd omdat er een afzonderlijk verzoek moet worden ingediend, bovendien bij een ander bestuursorgaan (met alle mogelijke complicaties van dien) en gekoppeld aan een beperkte periode. Dat het uitvoeringstechnisch moeilijk is dit anders op te lossen, maakt dit niet anders. Op dezelfde gronden als in voormelde zaak van 11 februari 2016 bepaalt de rechtbank daarom zelf dat rente moet worden vergoed over het tijdvak dat aanvangt op de dag na die van de betaling van de onverschuldigde BPM, berekend naar de toepasselijke rentevoet als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Anders dan eiser ziet de rechtbank geen grond om prejudiciële vragen aan het HvJ te stellen, nu het HvJ zich in het arrest Irimie van 18 april 2013, C-565/11, ECLI: EU:C:2013:250, al duidelijk over de kwestie heeft uitgelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb8e709729cc4d7658295b385ce307e4639683107e9cd5865376199f5865e7ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb8e709729cc4d7658295b385ce307e4639683107e9cd5865376199f5865e7ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10251 tot 11481.