Citaat | Rechtbank Gelderland 16 juni 2016

Alinea 64 Rechtbank Gelderland 16 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 16 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3176.

16. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat zij, als werkmaatschappij van [A] en omdat het een kwestie betrof die geheel toerekenbaar was (in oorzaak en gevolg) aan de normale bedrijfsactiviteiten van eiseres/ [D] , als afnemer van de prestatie moet worden beschouwd. Er is volgens haar een rechtstreeks en onmiddellijk verband aanwezig tussen de gemaakte advocaatkosten in de strafzaak en de economische activiteiten van eiseres. De goede naam van eiseres moest gezuiverd worden van de smet die daarop door de strafzaak kwam te rusten. Daarbij heeft eiseres aangevoerd dat zij de activiteiten van [D] in 2004 heeft overgenomen en dat toen sprake is geweest van overgang van een algemeenheid van goederen, zoals bedoeld in artikel 31, thans artikel 37d, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Voor het geval eiseres als afnemer wordt aangemerkt en aan de orde komt of eiseres de prestaties heeft gebruikt voor belaste handelingen, heeft zij aangevoerd dat het Becker-arrest (Hof van Justitie EU 21 februari 2013, C-104/12, ECLI:NL:XX:2013:BZ3181), waarop verweerder zich heeft beroepen, hier niet van toepassing is, omdat de situatie anders is. Met betrekking tot de boetebeschikkingen heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat sprake was van een pleitbaar standpunt, omdat het Becker-arrest pas is gewezen na de onderhavige jaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0650e2c5aef085d77a16b5adb877d4a748979e82f7264a14706f4cd33a4d75e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0650e2c5aef085d77a16b5adb877d4a748979e82f7264a14706f4cd33a4d75e, en de alinea staat in dat document op bytes 20216 tot 21583.