Citaat | Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016
Alinea 32 Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4389.
11. Verweerder stelt dat eiser over de onderhavige jaren niet de vereiste aangiften heeft gedaan en dat de niet aangegeven inkomsten in verhouding tot de aangegeven inkomsten zowel in relatieve als in absolute zin van niet geringe betekenis zijn. De bewijslast dient daarom op grond van artikel 25, derde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) te worden omgekeerd. Verweerder stelt voorts dat de door hem gehanteerde gemiddelde prijs per aangifte van € 46 niet te hoog is en dat het op deze wijze berekende extra inkomen berust op een redelijke schatting. Mocht de rechtbank een andere mening zijn toegedaan dan beroept verweerder zich op interne compensatie. Verweerder stelt verder dat hij niet over meer bescheiden beschikt dan hij reeds heeft overgelegd en dat de officier van Justitie reeds in 2012 toestemming heeft gegeven de in het strafrechtelijk onderzoek verkregen informatie te gebruiken voor de belastingheffing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca3cc6883a7488e82bbf46f4744fe09fb27d10ef156c67790f3d5ac0d689ca5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca3cc6883a7488e82bbf46f4744fe09fb27d10ef156c67790f3d5ac0d689ca5d, en de alinea staat in dat document op bytes 14947 tot 15903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca3cc6883a7488e82bbf46f4744fe09fb27d10ef156c67790f3d5ac0d689ca5d | shasum -a 256