Citaat | Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016
Alinea 47 Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4389.
Eisers stelling dat hij slechts een groot aantal mensen behulpzaam is geweest bij het doen van aangiften en dat hij daar in het merendeel van de gevallen geen vergoeding voor heeft ontvangen, acht de rechtbank mede gezien hetgeen eiser in de bezwaarfase heeft aangevoerd, niet aannemelijk gemaakt. Uit de bij de rechter-commissaris door diverse getuigen afgelegde verklaringen blijkt dat zij aan eiser wel degelijk een vergoeding hebben betaald. Indien, zoals eiser stelt, hij in het merendeel van de gevallen geen vergoeding vroeg voor het doen van aangifte, valt niet in te zien waarom hij dan toch telkens per persoon een bedrag heeft vermeld in de schriften waarin hij zijn werkzaamheden bijhield. Ook de door eiser in dat kader overgelegde verklaringen overtuigen niet, omdat die op zichzelf niets zeggen over wat er is gebeurd bij de grote hoeveelheid andere aangiften en personen. Daarbij komt dat, naar verweerder onweersproken heeft gesteld, één van die verklaringen afkomstig is van een persoon ( [C] ) voor wie eiser geen aangifte heeft gedaan. Dat het aantal ingevulde en verzonden aangiftes lager was dan de hoeveelheid aangiftes die op eisers laptop zijn aangetroffen is slechts gesteld, maar niet onderbouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca3cc6883a7488e82bbf46f4744fe09fb27d10ef156c67790f3d5ac0d689ca5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca3cc6883a7488e82bbf46f4744fe09fb27d10ef156c67790f3d5ac0d689ca5d, en de alinea staat in dat document op bytes 23423 tot 24661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca3cc6883a7488e82bbf46f4744fe09fb27d10ef156c67790f3d5ac0d689ca5d | shasum -a 256