Citaat | Rechtbank Gelderland 12 augustus 2016
Onder 4.2. Rechtbank Gelderland 12 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 12 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4504.
Het gaat in dit kort geding in de eerste plaats om de vraag of het besluit van NOC*NSF om [eiser] uit te sluiten van verdere deelname aan de Olympische Spelen rechtmatig/vernietigbaar is. Bij de beantwoording van die vraag moet worden vooropgesteld dat NOC*NSF dit besluit heeft genomen op grond van de overeenkomst die tussen NOC*NSF en [eiser] is gesloten. In die overeenkomst zijn rechten en verplichtingen van beide partijen vastgelegd met betrekking tot voorbereiding op en deelneming aan de Olympische Spelen. Voor zover hier van belang is de kern daarvan dat NOC*NSF zich tegenover [eiser] heeft verplicht zich zo veel als in haar vermogen ligt in te spannen om [eiser] zo succesvol mogelijk aan de Olympische spelen te laten deelnemen (art. 6.1). Daartegenover staat dat [eiser] zich heeft verplicht zich te zullen inspannen om maximale sportieve prestaties te leveren en daartoe volledig en toegewijd en met optimale sportieve inzet uitvoering te geven aan het trainings- en wedstrijdprogramma (art. 6.3). In dat verband was [eiser] tevens verplicht zich te gedragen op een zodanige wijze als van een goed lid van TeamNL mag worden verwacht (art. 6.4). In art. 20 van de overeenkomst is verder vastgelegd dat als [eiser] zich niet aan die verplichtingen houdt NOC*NSF bevoegd is maatregelen te nemen zoals in dat artikel zijn omschreven. Die bevoegdheid heeft NOC*NSF dus op grond van wat in die overeenkomst met [eiser] is afgesproken. [eiser] is daarom op grond van de overeenkomst in beginsel verplicht de door NOC*NSF nodig geoordeelde maatregel tegen zich te laten gelden. Welke maatregelen NOC*NSF in geval van niet nakoming door [eiser] van zijn verplichtingen in de gegeven omstandigheden nodig acht, moet daarom in beginsel aan het oordeel van NOC*NSF worden overgelaten. Het is niet aan de rechter te bepalen of, en zo ja welke maatregelen nodig waren. De rechter kan alleen achteraf beoordelen of NOC*NSF in de gegeven omstandigheden in redelijkheid tot de genomen maatregel heeft kunnen komen. Daarbij past de rechter aanmerkelijke terughoudendheid. Alleen indien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat [eiser] aan het besluit van NOC*NSF zou zijn gebonden, is er plaats voor rechterlijk ingrijpen, zoals voor het geval van een bindende partij beslissing ook volgt uit art. 7:904 lid 1 in verbinding met art. 7:906 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/337e41ea7787bd9f0acdec1446a5ce0fa21ba8749706626a97b3e0231ac3cef3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 337e41ea7787bd9f0acdec1446a5ce0fa21ba8749706626a97b3e0231ac3cef3, en de alinea staat in dat document op bytes 25651 tot 28044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/337e41ea7787bd9f0acdec1446a5ce0fa21ba8749706626a97b3e0231ac3cef3 | shasum -a 256