Citaat | Rechtbank Gelderland 12 augustus 2016

Onder 4.9. Rechtbank Gelderland 12 augustus 2016

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 12 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4504.

De vraag resteert of NOC*NSF de maatregel van uitsluiting van deelname in de gegeven omstandigheden in redelijkheid heeft kunnen nemen. Voorop staat dat deze maatregel [eiser] bijzonder zwaar treft. Na jarenlange voorbereiding is hem de mogelijkheid op een Olympische finale ontnomen terwijl dat waarschijnlijk zijn laatste kans daarop was. Voor [eiser] is het missen daarvan ongetwijfeld een persoonlijk drama. Iedereen, inclusief NOC*NSF, had hem in die finale willen zien uitkomen. Met de terughoudendheid die bij de rechterlijke toetsing in een geval als dit moet worden betracht, kan echter niet worden gezegd dat NOC*NSF in redelijkheid niet tot deze maatregel heeft kunnen komen. Ten eerste was sprake van een niet nakoming van verplichtingen die NOC*NSF in de gegeven omstandigheden als ernstig kon opnemen (zie hiervoor). In aanmerking genomen het problematische verleden van [eiser] en het feit dat hij zelf te kennen gaf niet in te zien dat hij iets verkeerd heeft gedaan, is begrijpelijk dat NOC*NSF er geen vertrouwen meer in had dat [eiser] zich verder wel behoorlijk aan zijn verplichtingen zou houden. Daarbij komt, ten tweede, dat aannemelijk is dat de gedragingen van [eiser] en een acceptatie daarvan door NOC*NSF ondermijnend zouden zijn voor het moreel van de andere leden van het turnteam en voor het hele TeamNL. Elke topsporter zit in hetzelfde keurslijf van trainingen en een bepaalde leefwijze dat klaarblijkelijk noodzakelijk is voor een topprestatie en tot inachtneming waarvan hij ook jegens NOC*NSF contractueel is verplicht. Het is aannemelijk, zoals namens NOC*NSF is betoogd, dat het bepaald niet goed zou werken als een lid vrijelijk zegt en door zijn gedrag toont dat hij hieraan geen boodschap heeft. Ten derde is duidelijk dat er door het gebeurde tussen [coach] en [eiser] een complete vertrouwensbreuk is ontstaan. [coach] en NOC*NSF zijn klaarblijkelijk tot de conclusie gekomen dat die breuk niet meer viel te lijmen. Het is begrijpelijk dat NOC*NSF meende op deze manier met [eiser] niet verder te kunnen naar de finale. Namens [eiser] is nog wel bepleit dat [coach] dan maar moest vertrekken, maar dat miskent dat het tenslotte [eiser] is geweest die door zijn gedrag de vertrouwensbreuk met [coach] heeft bewerkstelligd en niet omgekeerd. Voor de suggestie van de raadsman van [eiser] dat [coach] een angstige trainer is die bang is om zijn baan te verliezen en daarom op het vertrek van [eiser] heeft aangestuurd, ontbreekt elke aanwijzing en elke onderbouwing. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de maatregel van uitsluiting in geen verhouding stond met de situatie die door toedoen van [eiser] is ontstaan. Het is mogelijk dat anderen in de gegeven omstandigheden tot een andere afweging waren gekomen dan de betrokkenen aan de kant van NOC*NSF hebben gemaakt, met minder -voor velen- teleurstellende gevolgen. Maar dat is niet de maatstaf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/337e41ea7787bd9f0acdec1446a5ce0fa21ba8749706626a97b3e0231ac3cef3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 337e41ea7787bd9f0acdec1446a5ce0fa21ba8749706626a97b3e0231ac3cef3, en de alinea staat in dat document op bytes 38284 tot 41239.