Citaat | Rechtbank Gelderland 20 december 2016

Onder 5 Rechtbank Gelderland 20 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 20 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6790.

15. Voor de beantwoording van de vraag of een geldverstrekking als een geldlening dan wel als een kapitaalverstrekking heeft te gelden is in beginsel beslissend de civielrechtelijke vorm die de partijen aan de geldverstrekking hebben gegeven (zie Hoge Raad 27 januari 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3744). Deze regel lijdt onder meer uitzondering indien alleen naar de schijn sprake is van een lening, terwijl partijen (bij de overeenkomst) in werkelijkheid hebben beoogd een kapitaalverstrekking tot stand te brengen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, op wie te dezen de bewijslast rust, niet aannemelijk gemaakt dat deze uitzondering zich in dit geval voordoet. Vast staat dat de houders van de perpetual securities in beginsel recht hebben op rente, geen stem- en zeggenschapsrecht hebben en onder omstandigheden het faillissement van eiseres kunnen aanvragen. Dit zijn rechten die niet toekomen aan houders van vreemd vermogen. De enkele verwijzing door verweerder naar de pari passu-bepaling al dan niet in samenhang met de omstandigheid dat slechts ingeval van een Winding-up een terugbetalingsverplichting opkomt is onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat het de bedoeling van partijen (bij de overeenkomst) is geweest kapitaal te verstrekken. Deze stelling van verweerder faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa59d64978ecd8d12a090afb3c6effe44c125ba486d1ee270748bec9568d04f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa59d64978ecd8d12a090afb3c6effe44c125ba486d1ee270748bec9568d04f4, en de alinea staat in dat document op bytes 35511 tot 36853.