Citaat | Rechtbank Gelderland 11 februari 2016
Alinea 49 Rechtbank Gelderland 11 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 11 februari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:707.
19. Gelet op de jurisprudentie van het HvJ (arrest van 16 december 1976, zaak nr. 33/76, Rewe, ECLI: EU:C:1976:188 en arrest van 19 juli 2012, zaak nr. C‑591/10, Littlewoods Retail Ltd, ECLI: EU:C:2012:478), mag de nationale regeling ter zake van de vergoeding van Unierechtelijke rente niet ongunstiger zijn dan de nationale regeling ter zake van de vergoeding van “nationale” rente (belastingrente), nu die vergoeding een soortgelijke vordering in voormelde zin betreft. Beide betreffen immers de rentevergoeding ter zake van een ten onrechte betaald bedrag aan belasting. Om alsnog te voldoen aan het vereiste dat de rente bij belastingheffing in strijd met het Unierecht wordt vergoed over het tijdvak dat aanvangt op de dag na die waarop de belasting onverschuldigd is betaald, heeft de wetgever de in artikel 28c van de IW neergelegde regeling vastgesteld. Deze regeling houdt in dat de belastingplichtige, die beschikt over een teruggaafbeschikking binnen zes weken de ontvanger kan verzoeken om vergoeding van rente over het tijdvak waarin de regeling van artikel 30ha van de AWR niet voorziet. Naar het oordeel van de rechtbank stelt eiser terecht dat deze regeling ongunstiger is dan de regeling voor de vergoeding van belastingrente indien de teruggaaf uitsluitend voortvloeit uit het nationale recht. Immers, die belastingrente wordt door de inspecteur ambtshalve vastgesteld bij het nemen van de teruggaafbeschikking en de belanghebbende hoeft dus geen afzonderlijk verzoek om rentevergoeding te doen. Dat is wel vereist ingevolge artikel 28c van de IW. Niet alleen moet op eigen initiatief een afzonderlijk verzoek worden gedaan, dat verzoek dient ook bij een ander bestuursorgaan, te weten de ontvanger, te worden ingediend en er is een termijn gesteld aan de indiening van dat verzoek na het verstrijken waarvan geen rente op grond van dit artikel wordt vergoed. Tot slot wijst de rechtbank erop, dat wanneer - zoals zich in het onderhavige geval ook heeft voorgedaan - de inspecteur zich op het onjuiste standpunt stelt dat de teruggaafbeschikking niet is genomen wegens strijd met het Unierecht, de belanghebbende over de juistheid van dat standpunt zal moeten procederen bij een niet materiedeskundig bestuursorgaan, te weten de ontvanger.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/977f5ca322474ebecf2947df09f9bbcf58271b3ccd4134801b00560262829ab5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 977f5ca322474ebecf2947df09f9bbcf58271b3ccd4134801b00560262829ab5, en de alinea staat in dat document op bytes 20717 tot 22994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/977f5ca322474ebecf2947df09f9bbcf58271b3ccd4134801b00560262829ab5 | shasum -a 256