Citaat | Rechtbank Gelderland 11 februari 2016

Alinea 60 Rechtbank Gelderland 11 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 11 februari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:707.

28. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van een bijzondere omstandigheid die een integrale proceskostenvergoeding rechtvaardigt. Dat de heffing in strijd is met het Unierecht is op zichzelf onvoldoende om een bijzondere omstandigheid aanwezig te achten aangezien bij een schending van Europees recht geen sprake is van een andere of ernstiger vorm van onrechtmatigheid dan bij schending van nationaal recht (Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3810). Dat het systeem van verweerder niet zodanig is ingericht dat na het uitblijven van een verzoek om teruggaaf bij export automatisch de belasting die op de tweede aangifte is voldaan wordt terugbetaald, acht de rechtbank een onvoldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht om in dit geval tot een ander oordeel te komen. Bovendien heeft verweerder, zodra was vastgesteld dat bij de export geen teruggaaf had plaatsgevonden, direct ingestemd met teruggaaf van de belasting. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van tegen beter weten in handelen of anderszins verregaand onzorgvuldig handelen van verweerder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/977f5ca322474ebecf2947df09f9bbcf58271b3ccd4134801b00560262829ab5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 977f5ca322474ebecf2947df09f9bbcf58271b3ccd4134801b00560262829ab5, en de alinea staat in dat document op bytes 26879 tot 28010.