Citaat | Rechtbank Gelderland 1 maart 2017

Onder 2.9. Rechtbank Gelderland 1 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2037.

Het nalaten van lichamelijk onderzoek op 4 september 2008 beschouw ik niet als een nalatigheid. Ook hier geldt dat de vraagstelling van de primair behandelend specialist bepaalt welke stappen de consulent, in dit geval de revalidatiearts, zet. De supervisor van de revalidatiearts in opleiding had patiënte enige maanden daarvoor gezien en bemiddeld bij een overplaatsing naar elders. Tijdens het onderhavige consult op 4 september 2008 was lichamelijk onderzoek niet relevant tegen de achtergrond van de vraagstelling van de behandelend specialist omtrent het revalidatiegeneeskundige vervolgtraject. Zelfs al had er een lichamelijk onderzoek plaatsgevonden, dan zou dit zich gericht hebben op vaardigheid van de niet gefractureerde arm en op kracht, sensibiliteit en reflexen van de onderste extremiteiten en op het looppatroon. Deze zaken zijn immers relevant voor het bepalen van het vervolgtraject op revalidatiegeneeskundig gebied. Nader onderzoek op het terrein van mictie en defaecatie behoort niet tot de competenties van een revalidatiearts van een algemeen ziekenhuis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97ec63ee383ed28a1eb05f27c6620a005f238e9d78e9524ee0a9552cfb8832c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97ec63ee383ed28a1eb05f27c6620a005f238e9d78e9524ee0a9552cfb8832c, en de alinea staat in dat document op bytes 34197 tot 35290.