Citaat | Rechtbank Gelderland 19 april 2017

Alinea 116 Rechtbank Gelderland 19 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 19 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2185.

72. Het is aan eiser om te onderbouwen dat [E] in 2009 zijn hoofdverblijf was. Hoewel tussen partijen niet in geschil is dat eiser in 2009 in Nederland woonde, is daarmee nog niet aannemelijk (laat staan dat eiser dit heeft doen blijken) dat hij op [E] woonde. Verweerder heeft immers aangevoerd dat de partner van eiser een woning in [Q] had waar eiser vermoedelijk regelmatig verbleef. Eiser heeft geen stukken overgelegd (bijvoorbeeld in de vorm van aan hem gerichte privécorrespondentie uit 2009, een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie of andere aanwijzingen) die zijn stelling onderbouwen. Daarmee is niet gebleken dat sprake is van aftrekbare kosten ter zake van het privégebruik van [E] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0a58fd056ed30f959fc0ffc14a076acbed548f66e7b5155c9fe3d262e0d3065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0a58fd056ed30f959fc0ffc14a076acbed548f66e7b5155c9fe3d262e0d3065, en de alinea staat in dat document op bytes 55728 tot 56454.