Citaat | Rechtbank Gelderland 19 april 2017
Alinea 71 Rechtbank Gelderland 19 april 2017
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 19 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2185.
33. De verwijzing door eiser naar de brief van [K] van 1 juli 2010 leidt niet tot een ander oordeel, nu het daar niet om inzage, maar om het gebruik van stukken gaat. De rechtbank leest de brief aldus dat het gaat om stukken die naar aanleiding van het verzoek tot inzage van 18 januari 2010 al ter beschikking van verweerder zijn gekomen. Zoals blijkt uit de geciteerde correspondentie is er immers sprake van twee stappen: eerst wordt inzage verleend en daarna wordt afzonderlijk toestemming gevraagd voor fiscaal gebruik. De rechtbank acht het aannemelijk dat de inhoud van de brief van [L] van 20 juni 2014 op vergelijkbare wijze verklaard moet worden. Met verweerder is de rechtbank voorts van oordeel dat het verzoek van BOOM tot informatie aan verweerder over eiser vanwege het sfo geen 8:42-stuk is. Verweerder heeft verklaard dat hij door dat verzoek op de hoogte was de naam van het onderzoek van BOOM. De rechtbank acht dit aannemelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0a58fd056ed30f959fc0ffc14a076acbed548f66e7b5155c9fe3d262e0d3065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0a58fd056ed30f959fc0ffc14a076acbed548f66e7b5155c9fe3d262e0d3065, en de alinea staat in dat document op bytes 26223 tot 27183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0a58fd056ed30f959fc0ffc14a076acbed548f66e7b5155c9fe3d262e0d3065 | shasum -a 256