Citaat | Rechtbank Gelderland 7 juli 2017

Alinea 73 Rechtbank Gelderland 7 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 7 juli 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:3549.

- Op 20 mei 2010 heeft directeur/eigenaar [B] in zijn eigen kantoor een bespreking met leverancier [K] . Dat gesprek is in het kader van het strafrechtelijk onderzoek opgenomen. In dat gesprek is te horen dat [K] 4 btw-auto’s aan [B] heeft geleverd voor een totaalbedrag van € 141.250 inclusief € 22.552 omzetbelasting. Te horen is dat [B] van die door [K] gefactureerde BTW de helft van 75% is € 8.457 contant van [K] terug ontvangt. In de administratie van [c] is deze terugbetaling van BTW door [K] aan [B] niet verwerkt. Uit aanvullend onderzoek door de FIOD naar de herkomst van deze auto’s is bekend dat deze intracommunautair in Duitsland zijn verworven waarna er voor 3 daarvan een factuurstroom via autobedrijf [e] , van [j] , en [K] is opgezet. Daarbij is de door [e] aan [K] gefactureerde BTW niet door ‘ploffer” [j] aangegeven en afgedragen De 4e auto is door [K] intracommunautair in Duitsland verworven. Bekend is dat [K] ook niet aan zijn omzetbelastingverplichtingen heeft voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d78a7f419207f00cd1e264d30dbb8d6105362caed439cd98589f5c27a65d4253. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d78a7f419207f00cd1e264d30dbb8d6105362caed439cd98589f5c27a65d4253, en de alinea staat in dat document op bytes 22367 tot 23391.