Citaat | Rechtbank Gelderland 1 augustus 2017

Onder 5.5. Rechtbank Gelderland 1 augustus 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 1 augustus 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4019.

13. Op basis van het voorgaande overweegt de rechtbank dat verweerder, die over de facturen beschikt, de meest gerede partij is om bewijs te leveren van zijn stelling dat in de door eiser opgevoerde onderhoudskosten huurderslasten zijn begrepen. Verweerder laat dit na, omdat hij meent dat er altijd een drempelbedrag moet worden afgetrokken van het totaalbedrag aan onderhoudskosten (ongeacht de aard van de opgevoerde posten). Deze opvatting van verweerder vindt echter geen steun in het recht. Voorts beroept verweerder zich op de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9844. Anders dan verweerder meent, verschilt het feitencomplex in die zaak echter op relevante punten van het feitencomplex in onderhavige zaak. In het bijzonder was er in die zaak sprake van uitgaven aan een zwaar verwaarloosde tuin waar in 30 jaar geen onderhoud aan was gepleegd. Daarnaast is in die zaak de uiteindelijk hoogte van de niet-aftrekbare huurderslasten ter zitting door partijen overeengekomen. Om die reden kan de hoogte van de huurderslasten in onderhavig geval niet worden afgeleid van hetgeen door Gerechtshof Amsterdam op dit punt is geoordeeld. Alles overziende heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank zijn stelling dat de opgevoerde onderhoudskosten voor meer dan € 400 per jaar uit huurderslasten bestaan niet aannemelijk gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bf993fe7c25a64afd8d69f14e751c9bc38d562fc02c10212a1ac54888cce334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bf993fe7c25a64afd8d69f14e751c9bc38d562fc02c10212a1ac54888cce334, en de alinea staat in dat document op bytes 22159 tot 23547.