Citaat | Rechtbank Gelderland 25 oktober 2017

Alinea 96 Rechtbank Gelderland 25 oktober 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5455.

15. De onderhavige beroepen zijn ingesteld “Namens de voormalige vereffenaar en de voormalige aandeelhouders ten tijde van de vereffening van [X] N.V., belanghebbende”. Deze formulering wijkt af van die in het arrest van de Hoge Raad van 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK8288. Daarin is als uitgangpunt genomen dat een bezwaarschrift kan worden ingediend op naam van de ontbonden rechtspersoon. De rechtbank ziet aanleiding dit oordeel ook op een beroepschrift toe te passen. Aangezien de vraag kan rijzen op welke wijze een ontbonden rechtspersoon een bezwaarschrift kan indienen, heeft de Hoge Raad ter verduidelijking vermeld dat dit kan worden gedaan door (of namens, door tussenkomst van een gemachtigde) de voormalige vereffenaar of degene wiens belang rechtstreeks bij de vereffening is betrokken omdat hij een uitkering uit het vermogen van de ontbonden rechtspersoon heeft ontvangen. Daarmee blijft overeind staan dat op naam van de rechtspersoon bezwaar gemaakt en beroep ingesteld dient te worden. De beoordeling van de vraag wie beroep heeft ingesteld en op wiens naam dit is gedaan dient plaats te vinden op basis van het beroepschrift zelf. Latere toevoegingen of wijzigingen kunnen hieraan niet bij- of afdoen, omdat geen sprake is van een voor herstel vatbare omissie, zoals bijvoorbeeld in het geval van het niet voldoen aan de vereisten van een bezwaar- of beroepschrift die zijn vermeld in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Wie geen beroep heeft ingesteld kan niet achteraf, na het verstrijken van een beroepstermijn, dat beroep alsnog instellen (vergelijk Hoge Raad 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1234). Weliswaar is een beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet aan een absolute termijn gebonden, maar de vraag die beantwoord moet worden blijft wie beroep heeft ingesteld. In dit geval komt de rechtbank op basis van het beroepschrift tot het oordeel dat [X] N.V. beroep heeft ingesteld. Dit volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de vermelding van die naam aan het hoofd van het beroepschrift achter “Inzake”. Zij is ook aangeduid als “belanghebbende”. Daarmee is voldoende duidelijk dat de voormalige vereffenaar en de voormalige aandeelhouders hebben bedoeld slechts in die hoedanigheid (en dus namens [X] N.V.) beroep in te stellen. Gelet hierop is [X] N.V. door de rechtbank als eiseres aangemerkt, ongeacht of zij heeft opgehouden te bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2941b2d258750b1bf81f00b441db41b041025311608083a5ecbe8fc4b34e2d3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2941b2d258750b1bf81f00b441db41b041025311608083a5ecbe8fc4b34e2d3d, en de alinea staat in dat document op bytes 21381 tot 23822.