Citaat | Rechtbank Gelderland 14 februari 2017
Alinea 44 Rechtbank Gelderland 14 februari 2017
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 14 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:712.
10. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een individuele en buitensporige last is beslissend de mate waarin de betrokkene in de gegeven omstandigheden wordt getroffen door de verhuurderheffing (vergelijk Hoge Raad 12 augustus 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR4868). De rechtbank stelt voorop dat het op de weg van eiseres ligt de door haar gestelde, en door verweerder betwiste, individuele en buitensporige last aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres daarin niet geslaagd, aangezien zij geen begin van bewijs heeft geleverd van de mate waarin zij wordt getroffen door de verhuurderheffing. Aangezien eiseres haar stelling niet met schriftelijke bescheiden cijfermatig heeft onderbouwd, kan de rechtbank niet beoordelen of sprake is van een structurele verliespositie. Dit risico dient gelet op het voorgaande voor rekening van eiseres te komen. De omstandigheid dat de verhuurderheffing niet kan worden opgevangen door middel van extra huuropbrengsten is zonder nadere toelichting die ontbreekt onvoldoende. Het beroep faalt in zoverre eveneens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a44a4e8763a57d28053e873e4462c966bdc644dd5ed50e06ad1cacaec8eac39e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a44a4e8763a57d28053e873e4462c966bdc644dd5ed50e06ad1cacaec8eac39e, en de alinea staat in dat document op bytes 13610 tot 14700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a44a4e8763a57d28053e873e4462c966bdc644dd5ed50e06ad1cacaec8eac39e | shasum -a 256