Citaat | Rechtbank Gelderland 23 februari 2017
Alinea 86 Rechtbank Gelderland 23 februari 2017
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 23 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:883.
35. Verweerder heeft aangevoerd dat daargelaten de exacte waarde van de aandelen op het moment van de verkrijging door eiser, deze in elk geval aanzienlijk hoger dan € 10 per aandeel lag. Zelfs als zou worden uitgegaan van een waarde van slechts € 94,08 per aandeel, is de volgens de aangifte verschuldigde belasting nog altijd 50% lager dan de werkelijk verschuldigde belasting, aldus verweerder. De waarde was echter nog aanzienlijk hoger. Verweerder stelt daartoe dat op basis van de Investment Recommendation geconcludeerd moet worden dat de verwachtingen van [F] bij de aankoop van [G] een aanzienlijk hogere waarde dan € 10 per aandeel rechtvaardigden. Het bedrag van € 24.455.626 dat [F] aan [H] heeft betaald is weliswaar een zakelijke prijs, maar dat staat er niet aan in de weg dat in de verhouding met de aandeelhouders van meet af aan van een hogere waarde van de aandelen dient te worden uitgegaan. De waarde in het economische verkeer van de aandelen behoeft niet voor elke betrokkene gelijk te zijn, aldus verweerder. Het is niet noodzakelijk dat dezelfde aandelen voor private-equityfondsen dezelfde waarde hebben als voor participerende managers. [F] beschikte vanaf het begin volgens verweerder over een forse (zelf gekweekte) goodwill. Overigens zijn er omstandigheden die maken dat de aandelen in elk geval op het moment van verkrijging door eiser een hogere waarde dan € 10 hadden, aldus verweerder. Daarvoor heeft hij onder meer gewezen op de waarde van de aandelen in juli 2007, toen eiser zelf bereid was er (via [L] ) € 2.277 per stuk voor te betalen. Verder heeft verweerder gewezen op een uitspraak van Rechtbank Den Haag van 21 april 2015 (zaaknr. AWB 14/5732, niet gepubliceerd) waarin de rechtbank de waarde van de aandelen van [N] per 7 maart 2007 heeft vastgesteld op € 2.265. Die waardestijging moet volgens verweerder ten minste gedeeltelijk hebben plaatsgevonden tussen 21 augustus 2006 en de datum waarop eiser de certificaten verkreeg. In de tussentijd zijn er verschillende ontwikkelingen geweest die maken dat de waarde van de aandelen is toegenomen. De financiële prognoses werden per kwartaal beter. Verweerder heeft verschillende berekeningsmethodes toegepast, die alle leiden tot een waarde boven de € 2.265 per aandeel. Gelet op zijn ervaring met private equity, zijn rol bij de totstandkoming van de Investment Recommendation en zijn functie was eiser volgens verweerder als geen ander op de hoogte van de discrepantie tussen de betaalde prijs van € 10 en de werkelijke waarde van de aandelen ten tijde van de verkrijging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d, en de alinea staat in dat document op bytes 32826 tot 35425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d | shasum -a 256