Citaat | Rechtbank Gelderland 23 februari 2017

Alinea 88 Rechtbank Gelderland 23 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 23 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:883.

37. De rechtbank stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat het bedrag dat [F] aan [H] heeft betaald een zakelijke prijs was. Nu [F] kennelijk de best biedende gegadigde was, gaat de rechtbank ervan uit dat de betaalde prijs de waarde in het economische verkeer per 21 augustus 2006 vertegenwoordigt. Verweerder heeft aangevoerd dat dit er niet aan hoeft af te doen dat tegelijk in de verhouding tussen [F] en de certificaathouders een andere waarde heeft te gelden, die hij eveneens waarde in het economische verkeer heeft genoemd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder die stelling - die niet is onderbouwd met goed vergelijkbare voorbeelden, literatuur of jurisprudentie - tegenover de gemotiveerde betwisting van eiser niet aannemelijk gemaakt. In de onderhavige situatie is er geen aanleiding aan te nemen dat [G] voor [F] meer waard was dan de prijs die zij heeft betaald en dat de balans van [F] per 21 augustus 2006 niet het gehele vermogen van [F] weergeeft. De aandeelhouders van [F] waren de participatiefondsen [I] en [J] en [K] , waarin de managers (verplicht) deelnamen. De rechtbank acht het aannemelijk dat [E] zonder deze betrokkenheid van de managers niet bereid was geweest via [F] te participeren in [G] en in elk geval niet voor het bedrag dat zij heeft betaald. De prijs van € 24.455.626 is betaald in de wetenschap en onder de voorwaarde dat de managers deelnamen en hun deelname is dus al verdisconteerd in deze prijs. Dat [E] - gelet op de Investment Recommendation - binnen afzienbare termijn een forse waardestijging verwachtte te kunnen realiseren, maakt dit niet anders. Dat is het wezen van private equity. Zoals eiser heeft aangevoerd, wordt de verwachte waardestijging niet in alle gevallen gerealiseerd (volgens de niet betwiste stelling van eiser zelfs vaker niet dan wel) en is deze afhankelijk van grotendeels onzekere toekomstige gebeurtenissen. Gelet hierop ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten die de conclusie rechtvaardigen dat de waarde van de aandelen [F] op 21 augustus 2006 hoger lag dan het bedrag dat [F] aan [H] heeft betaald voor [G] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d, en de alinea staat in dat document op bytes 35857 tot 37988.