Citaat | Rechtbank Gelderland 23 februari 2017
Alinea 93 Rechtbank Gelderland 23 februari 2017
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 23 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:883.
41. Uit de arresten van de Hoge Raad van 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5046, 9 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:199, en 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, volgt dat de rechtszekerheid als algemeen aanvaard rechtsbeginsel dat aan artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden mede ten grondslag ligt ertoe noopt dat de beslechting van belastinggeschillen binnen een redelijke termijn plaatsvindt. Een overschrijding van die termijn leidt, behoudens bijzondere omstandigheden, in de regel tot spanning en frustratie, wat grond vormt voor vergoeding van immateriële schade, aldus de Hoge Raad. Voor een uitspraak in eerste aanleg heeft te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt indien de rechtbank niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen uitspraak doet, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze termijn is de duur van de bezwaarfase inbegrepen. In belastingzaken heeft als regel te gelden dat de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd voor zover de duur daarvan een half jaar overschrijdt en de beroepsfase voor zover deze meer dan anderhalf jaar in beslag neemt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d, en de alinea staat in dat document op bytes 40125 tot 41319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d | shasum -a 256