Citaat | Rechtbank Gelderland 23 februari 2017

Alinea 95 Rechtbank Gelderland 23 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 23 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:883.

43. Naar het oordeel van de rechtbank is er aanleiding de redelijke termijn in de bezwaarfase te verlengen. Eiser heeft een pro forma bezwaarschrift ingediend, wat mede verband hield met het feit dat hij nog geen inzage had gehad in de stukken uit het boekenonderzoek. Bij brief van 21 februari 2014 heeft verweerder een uitgebreid standpunt toegezonden aan de accountant van eiser, die het bezwaarschrift heeft ingediend. Op dat moment had eiser naar het oordeel van de rechtbank voldoende informatie om de gronden aan te vullen. Eiser heeft er op dat moment voor gekozen te proberen de onderhavige zaak en de zaak over de IB/PVV 2010 te schikken en niet over te gaan tot motivering van het bezwaarschrift. Die motivering is pas op 10 september 2014 gevolgd. Deze vertraging is naar het oordeel van de rechtbank niet louter aan verweerder te wijten en ten minste in gelijke mate aan eiser toe te rekenen. Om die reden zal de rechtbank de helft van de tussenliggende periode, afgerond drie maanden, optellen bij de beslistermijn van verweerder. Dit betekent dat de totale termijn twee jaren en drie maanden bedraagt, waarvan negen maanden voor de bezwaarfase en anderhalf jaar voor de beroepsfase. Ook deze termijn is overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d, en de alinea staat in dat document op bytes 41557 tot 42801.