Citaat | Rechtbank Gelderland 23 februari 2017

Alinea 99 Rechtbank Gelderland 23 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 23 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:883.

46. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van een bijzondere omstandigheid die een integrale proceskostenvergoeding rechtvaardigt. Het feit dat verweerder in de beroepsfase deels andere standpunten inneemt dan in de bezwaarfase (overigens voornamelijk in de nagenoeg gelijktijdig ter zitting behandelde andere zaak) acht de rechtbank niet een dergelijke bijzondere omstandigheid. Evenmin is de rechtbank van oordeel dat verweerder een standpunt tegen beter weten in zou hebben ingenomen, gelet op de uitspraak van Rechtbank Den Haag waarnaar hij heeft verwezen en waarin verweerder op een essentieel punt in het gelijk is gesteld. Onder omstandigheden is het denkbaar dat aandelen in korte tijd behoorlijk in waarde stijgen. Dat verweerder jegens eiser niet in het bewijs van die waardestijging is geslaagd maakt nog niet dat het standpunt tegen beter weten in is ingenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7cda3b1074928a2420dabf277e8d4914fcfa4f548834e2cf6fa61bc0008f5d, en de alinea staat in dat document op bytes 44607 tot 45518.