Citaat | Rechtbank Gelderland 5 januari 2018
Alinea 32 Rechtbank Gelderland 5 januari 2018
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 5 januari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3.
9. De boete is gekoppeld aan de hoogte van de naheffingsaanslag. Aangezien een boete een “criminal charge” als bedoeld in artikel 6 van het EVRM inhoudt, acht de rechtbank de fictie ter zake van het gebruik van de weg hier minder bruikbaar bij de beoordeling of de boete passend en geboden is. Hoewel hiervoor is geoordeeld dat het bewijs dat de partner voor 20 mei 2016 niet (veelvuldig) in Nederland verbleef onvoldoende is voor vermindering van de naheffingsaanslag, ligt dit naar het oordeel van de rechtbank voor de boete anders. Het ligt daar op de weg van verweerder de feiten te stellen die maken dat de boete passend en geboden is. Daarvoor is mede van belang of die gebaseerd dient te zijn op de naheffing over de gehele periode. Hiervoor acht de rechtbank de inschrijving van de partner in de BRP weliswaar relevant, maar niet doorslaggevend. Andere feiten of omstandigheden die aannemelijk maken dat eiser ook voor 20 mei 2016 gebruik heeft gemaakt van de Nederlandse weg met de auto zijn niet aangevoerd. Hierin heeft de rechtbank aanleiding gezien de boete te matigen tot de helft van het bedrag, oftewel € 395. Deze boete acht de rechtbank passend en geboden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adbf5d0eb6438a57b564f69fd40a621300e789bc67e2da5f12fdf526495b3015. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adbf5d0eb6438a57b564f69fd40a621300e789bc67e2da5f12fdf526495b3015, en de alinea staat in dat document op bytes 14412 tot 15605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adbf5d0eb6438a57b564f69fd40a621300e789bc67e2da5f12fdf526495b3015 | shasum -a 256