Citaat | Rechtbank Gelderland 8 mei 2019

Onder 3.4. Rechtbank Gelderland 8 mei 2019

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 8 mei 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1985.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit het stelsel van de Fw vloeit als uitgangspunt voort dat de curator bij het dienen van het belang van de boedel een zo hoog mogelijke boedelopbrengst nastreeft teneinde ieders vordering tot een zo hoog mogelijk bedrag te voldoen. Ook wanneer de geverifieerde schulden tot een maximum van 100% kunnen worden betaald, geldt dat eventueel resterende baten ter beschikking van de failliet staan. In beginsel zal de failliet daaruit dan de niet geverifieerde schulden dienen te voldoen. Te denken valt aan rente die is verschenen na faillissementsdatum en aan andere niet verifieerbare schulden die ook geen boedelschuld zijn. In geval van faillissement van een rechtspersoon, zoals het faillissement van [naam besloten vennootschap] , zijn de bepalingen van artikelen 2:23a tot en met 2:23c Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing (artikel 2:23a lid 5 BW). Hieruit volgt dat bij de ontbinding van een rechtspersoon door insolventie de curator ook rekening moet houden met de verdeling van een mogelijk saldo onder aandeelhouders en andere rechthebbenden. Indien de concurrente vorderingen volledig kunnen worden voldaan en de rechtspersoon inmiddels is ontbonden, dient feitelijk ook uitdeling aan de aandeelhouders en andere rechthebbenden plaats te vinden, wanneer daarvoor nog middelen aanwezig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank dient de curator in het faillissement van [naam besloten vennootschap] alle activa te gelde te maken, gelet op de belangen van de concurrente schuldeisers (rentevorderingen), eventuele andere (niet verifieerbare) schuldeisers en de aandeelhouders na afwikkeling van het faillissement. Dit klemt te meer nu aandeelhouder [aandeelhouder] zijn schuld aan [naam besloten vennootschap] heeft voldaan, maar de schulden van aandeelhouders [appellant 1] en [appellant 2] (nog) niet zijn voldaan. Daarnaast heeft ook [naam dochter appellant 1] , familielid van de heren [appellanten] , een schuld aan [naam besloten vennootschap] . Afwikkeling van het faillissement van [naam besloten vennootschap] en daarmee het staken van het incasseren van voornoemde vorderingen op de familie [appellanten] leidt tot een selectieve inning van de debiteuren, hetgeen niet in belang van de schuldeisers en (alle) aandeelhouders is. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding het verzoek van [appellant 1] om de curator aan te sturen over te gaan tot beëindiging van het faillissement van [naam besloten vennootschap] toe te wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc91f5358e3ec2dec0e6859a466bcc1a220bf86f4c2d2aaebf90db9c4ea517b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc91f5358e3ec2dec0e6859a466bcc1a220bf86f4c2d2aaebf90db9c4ea517b, en de alinea staat in dat document op bytes 13941 tot 16436.