Citaat | Rechtbank Gelderland 6 februari 2019

Alinea 62 Rechtbank Gelderland 6 februari 2019

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 6 februari 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:451.

11. Dit betoog slaagt niet omdat noch uit de tekst van artikel 8, vierde lid, Wet Vpb noch uit de bedoeling van de wetgever volgt dat rechtstreeks verband tussen de geleden verliezen in de periode van de fiscale eenheid en de waardedaling van de vordering een voorwaarde is voor de toepassing van de regeling van de artikelen 8, vierde lid, en 15ac, tweede lid, van de Wet Vpb. Eiseres is op [2009] uit de fiscale eenheid met [C] BV ontvoegd en tussen het tijdstip van ontvoeging en de kwijtschelding op 15 juli 2014 zit een periode van minder dan zes jaar. Deze omstandigheden zijn op zichzelf voldoende voor toepassing van de artikelen 8, vierde lid, en 15ac, tweede lid, van de Wet Vpb. Het ligt dan vervolgens op het pad van eiseres om aannemelijk te maken dat de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zou zijn geweest als zij geen deel zou hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid met [C] BV. Eiseres heeft ter zitting aangegeven geen beroep te doen op deze tegenbewijsregeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6dd9b74247a4752ba5d60d06a9d9c8de400821f613a2651dd2558d0b4fe446d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6dd9b74247a4752ba5d60d06a9d9c8de400821f613a2651dd2558d0b4fe446d, en de alinea staat in dat document op bytes 17508 tot 18515.