Citaat | Rechtbank Gelderland 16 maart 2020
Onder 7.2. Rechtbank Gelderland 16 maart 2020
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 16 maart 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1836.
Eiser voert aan dat uit het onderliggende dossier en de bestuurlijke rapportage nergens blijkt dat hem een verwijt kan worden gemaakt van de handelingen die aan zijn zoon [zoon] worden toegeschreven. Evenmin blijkt dat eiser redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de aangetroffen drugs in zijn woning of dat hij onvoldoende heeft gecontroleerd op het gebruik van zijn woning ten tijde van zijn vakantie in het buitenland. Na de uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 september 2019 zijn volgens eiser geen nieuwe feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen die zijn verwijtbaarheid aantonen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565c5570a498bc0c282a57554dc625282f7fc74edec6a51b40a11b7ceef1f40b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565c5570a498bc0c282a57554dc625282f7fc74edec6a51b40a11b7ceef1f40b, en de alinea staat in dat document op bytes 22575 tot 23202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/565c5570a498bc0c282a57554dc625282f7fc74edec6a51b40a11b7ceef1f40b | shasum -a 256