Citaat | Rechtbank Gelderland 6 juli 2023
Onder 21 Rechtbank Gelderland 6 juli 2023
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 6 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3941.
Verder stelt eiseres dat de ziekteperiodes ten onrechte zijn samengevoegd. De ongeschiktheid om te werken bij de ziekmelding van 6 november 2018 vloeide volgens haar niet voort uit dezelfde oorzaak als de ziekmelding van 31 december 2019. Om die reden had een samenstelling van de ziekteperiodes achterwege moeten blijven op grond van artikel 19aa, vierde lid, van de ZW. Volgens eiseres heeft het besluit van het UWV om de ZW-uitkering naar aanleiding van de EZWb te beëindigen formele rechtskracht gekregen omdat werknemer zijn bezwaar hiertegen heeft ingetrokken. De samenstelling van de ziekteperiodes had ook achterwege moeten blijven omdat bij de EZWb is geconcludeerd dat werknemer per 5 november 2019 minder dan 35% arbeidsongeschikt was zodat van die datum had moeten worden uitgegaan voor de bepaling van de periode van vier weken en niet vanaf het moment dat de ZW-uitkering daadwerkelijk eindigde (9 december 2019). Daarnaast moet op grond van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 22 maart 2017 de maatstaf van ‘zijn arbeid’ worden opgevat als de arbeid die bij de EZWb gold. Werknemer was dus niet meer als arbeidsongeschikt in de zin van de ZW aan te merken en hij genoot al bijna een maand een Werkloosheidswet (WW)-uitkering. De ziekmelding diende om die reden vanuit de WW-situatie te worden bezien, in welk geval er pas na dertien weken (dan wel eerder als de WW eerder eindigt) aanspraak bestaat op een ZW-uitkering. Het UWV had pas per 9 maart 2020 een ZW-uitkering aan werknemer moeten toekennen. In dat geval had die ZW-uitkering kunnen doorlopen tot de pensioendatum van werknemer en was de uitkering niet ten laste van eiseres gekomen als eigenrisicodrager. Het bepaalde in artikel 19aa, vierde lid, van de ZW, wordt gefrustreerd indien het UWV bij een ziekmelding binnen vier weken na de beëindiging van de ZW-uitkering naar aanleiding van de EZWb opnieuw een EZWb doet aan de hand van de nieuwe medische klachten en beperkingen. Artikel 19aa, vierde lid, van de ZW wordt dan in feite een dode letter. Volgens eiseres is dit beleid strijdig met de wet en de beginselen van behoorlijk bestuur zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Eiseres vindt dat zij erop kon en mocht vertrouwen dat, nadat de ZW-uitkering van werknemer op grond van de EZWb van begin november 2019 ten einde kwam en zij vervolgens meer dan een half jaar niets meer van het UWV had vernomen, zij niet alsnog zou worden geconfronteerd met een nieuwe betalingsverplichting als eigenrisicodrager ZW. Door pas een half jaar na de ZW-aanvraag een beslissing af te geven en eiseres pas toen te informeren over het feit dat zij als eigenrisicodrager voor de betaling daarvan diende zorg te dragen, alsmede voor de re-integratie van werknemer (die toen al ruim een half jaar was gestagneerd), is sprake van een onzorgvuldige en onvoldoende gemotiveerde beslissing, die bovendien voor onevenredige schade voor eiseres heeft gezorgd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fdbf4a4a1a58f1848c952cba8ab9fbeb7dab66af5b0335d947a7bd8e9660d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fdbf4a4a1a58f1848c952cba8ab9fbeb7dab66af5b0335d947a7bd8e9660d17, en de alinea staat in dat document op bytes 12795 tot 15841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fdbf4a4a1a58f1848c952cba8ab9fbeb7dab66af5b0335d947a7bd8e9660d17 | shasum -a 256