Citaat | Rechtbank Groningen 15 juni 2007

Alinea 59 Rechtbank Groningen 15 juni 2007

Een alinea uit Rechtbank Groningen 15 juni 2007, ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7469.

4.2.3. De voorzieningenrechter overweegt dat niet in geschil is dat de vordering op materiële en immateriële schade bestrekking heeft en dat de eventuele vergoeding aan [eiser] ten goede zal komen (a). Gebleken is dat voor [eiser] een aanspraak op een uitkering uit anderen hoofde bestaat, te weten de uitkering krachtens de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers van € 16.476. Ter zitting heeft [eiser] laten weten dat bij de hoogte van de vordering rekening moet worden gehouden met dit bedrag en dat Eternit derhalve baat heeft bij de toekenning van dit bedrag. Daarbij voorziet deze regeling slechts in een beperkte uitkering. Eternit heeft dit niet weersproken. Voor het overige bestaat voor [eiser] voor de thans gevorderde materiële en immateriële schadevergoeding geen aanspraak op een uitkering uit anderen hoofde (b). Het aan Eternit gemaakte verwijt is, gelet op hetgeen hierna onder 4.3 wordt overwogen zo ernstig dat gezichtspunt c niet tot voordeel van Eternit kan strekken voor wat betreft haar beroep op verjaring (c). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had Eternit reeds vóór het verstrijken van de verjaringstermijn rekening behoren te houden met de mogelijkheid dat zij voor de eventuele schade aansprakelijk zou zijn, nu - gelet op de hierna in rechtsoverweging 4.3 gestelde feiten en omstandigheden - ruimschoots voor 2003 evident was dat de zonder waarschuwing of instructie door Eternit in de handel gebrachte asbestplaten een risico vormden voor de volksgezondheid. Niet gebleken is dat Eternit zich als gevolg van het tijdsverloop niet (meer)zou kunnen verweren tegen de vordering van [eiser] (d en e). Eternit heeft voorts onbetwist gesteld dat zij niet over verzekeringsdekking beschikt (f). De ziekte mesothelioom is bij [eiser] in augustus 2005 vastgesteld. Het inzicht bij [eiser] dat de ziekte (mede) veroorzaakt is door asbesthoudend plaatmateriaal van Eternit, is pas medio 2006 ontstaan, hetgeen ook blijkt uit het Rapport inzake arbeidshistorisch onderzoek en blootstelling aan asbest van het Instituut Asbestslachtoffers van 12 juli 2006. Aangezien [eiser] Eternit op 24 augustus 2006 aansprakelijk heeft gesteld, heeft [eiser] dit binnen een redelijke termijn gedaan (g).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01ee41cb8795c36c93a38d48102a03d48084d256bd1097ccc88bdaca371c89a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01ee41cb8795c36c93a38d48102a03d48084d256bd1097ccc88bdaca371c89a6, en de alinea staat in dat document op bytes 14385 tot 16630.