Citaat | Rechtbank Groningen 15 juni 2007

Alinea 90 Rechtbank Groningen 15 juni 2007

Een alinea uit Rechtbank Groningen 15 juni 2007, ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7469.

4.5.4. De door Eternit daartegen aangevoerde omstandigheid dat de gemiddelde latentietijd 40 jaar is, waardoor zonder meer waarschijnlijk is dat de oorzaak van de ziekte van [eiser] nog voorafgaande aan zijn dienstverband bij zijn vader moet worden gezocht, is onvoldoende om het causale verband te ontzenuwen. De door Eternit genoemde latentietijd is slechts een gemiddelde en langere dan wel kortere latentieperioden komen derhalve voor. De latentietijd bij [eiser] van 32 tot 38 jaar is in dat opzicht niet extreem afwijkend. Ook de overige door Eternit aangevoerde feiten en omstandigheden acht de voorzieningenrechter onvoldoende om het voorshands aangenomen causale verband te ontkrachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01ee41cb8795c36c93a38d48102a03d48084d256bd1097ccc88bdaca371c89a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01ee41cb8795c36c93a38d48102a03d48084d256bd1097ccc88bdaca371c89a6, en de alinea staat in dat document op bytes 39604 tot 40312.