Citaat | Rechtbank Groningen 31 januari 2012

Alinea 64 Rechtbank Groningen 31 januari 2012

Een alinea uit Rechtbank Groningen 31 januari 2012, ECLI:NL:RBGRO:2012:BV2845.

[A.] verblijft sinds het uiteengaan van partijen bij de vrouw. Niet gesteld of gebleken is dat er zorgen bestaan ten aanzien van [A.] vanwege dit verblijf. Immers, de man heeft aan zijn verzoek om het hoofdverblijf van [A.] bij hem te bepalen alleen ten grondslag gelegd dat de vrouw voornemens is te verhuizen met [A.] wat hij niet in het belang van [A.] vindt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de feitelijke situatie gehandhaafd dient te blijven en zal zij bepalen dat het hoofdverblijf van [A.] bij de vrouw zal zijn. Dit brengt met zich mee dat het verzoek van de man om het hoofdverblijf bij hem te bepalen en het verzoek in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken om een contactregeling tussen de vrouw en [A.] vast te stellen, dienen te worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9be76d7f9964c7947ae3d0b07932847035c6c7adab16bc8316048c915bdf6d4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9be76d7f9964c7947ae3d0b07932847035c6c7adab16bc8316048c915bdf6d4d, en de alinea staat in dat document op bytes 22032 tot 22838.