Citaat | Rechtbank Haarlem 26 juni 2001

Alinea 62 Rechtbank Haarlem 26 juni 2001

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 26 juni 2001, ECLI:NL:RBHAA:2001:AB2439.

5.9 De wijze waarop in de Digestive commercial aan de Werther’s commercial wordt gerefereerd is geenszins neutraal te noemen. Integendeel, door de tegenstelling tussen de aardige Werther’s personages en de hebberige c.q. agressieve Digestive-personages wordt de Werther’s commercial bespottelijk gemaakt, zoals - volgens het woordenboek- ook precies de bedoeling is van een parodie. Niet valt uit te sluiten dat daardoor de wervingskracht van de Werther’s commercial is afgenomen of zelfs in het tegendeel is omgeslagen. Het is immers niet denkbeeldig dat de doelgroep van Storck, na het zien van de Digestive commercial, bij het opnieuw uitzenden van de Werther’s commercial het oubollige daarvan, dat tot nog toe een positief en wervend effect heeft gehad, als een negatieve eigenschap is gaan ervaren en afkerig is geworden van het aanvankelijk gewaardeerde origineel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00fe2844028195e5d23fdcdced82e02a25024a9d54368c808ddcc86cd72afc4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00fe2844028195e5d23fdcdced82e02a25024a9d54368c808ddcc86cd72afc4d, en de alinea staat in dat document op bytes 16502 tot 17397.