Citaat | Rechtbank Haarlem 19 november 2002

Alinea 60 Rechtbank Haarlem 19 november 2002

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 19 november 2002, ECLI:NL:RBHAA:2002:AF1849.

4.17 Ook in appel (grief IV) hebben de vliegers betoogd dat uit voornoemd, in kort geding gewezen arrest van het hof (KG 2000, 42) voortvloeit dat hun vordering voor toewijzing in aanmerking komt. Wat er ook zij van de precedentwaarde van genoemd arrest in het algemeen (mede gezien in het licht van het arrest van hetzelfde hof van 28 februari 2002, NJ 2002, 320), blijkt uit het voorgaande echter reeds dat het onderhavige geval op essenti‰le punten verschilt van de destijds aan het hof voorgelegde casus. Met name zij verwezen naar de arbeidsrechtelijke context (de langdurige opleiding van de vliegers, waaruit het belang van een evenwichtige en voorspelbare carriŠreopbouw voortvloeit), het (collectief) contractuele karakter van de bestreden regeling en de gerechtvaardigde belangen aan de kant van Martinair en VNV bij handhaving van het gemaakte onderscheid, een en ander als hiervoor reeds uitvoerig besproken. Het verwijt aan de kantonrechter dat voornoemd arrest niet heeft geleid tot toewijzing van het gevorderde in eerste aanleg is dan ook vergeefs door de vliegers naar voren gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/031c01fdb8d20f9d541fbd6f9e59f1cc0f33a401652906e3e90e5149b03fcae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 031c01fdb8d20f9d541fbd6f9e59f1cc0f33a401652906e3e90e5149b03fcae2, en de alinea staat in dat document op bytes 23763 tot 24880.