Citaat | Rechtbank Haarlem 25 september 2002
Alinea 37 Rechtbank Haarlem 25 september 2002
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 25 september 2002, ECLI:NL:RBHAA:2002:AF6083.
8. Uit niets blijkt dat [VERWEERDER] ten tijde van de zitting op 18 maart 2002 zicht had op een concrete baan. In zoverre viel er aan de kant van [VERWEERDER] op die zitting niets te melden. Die situatie is echter gekunsteld. Immers, [VERWEERDER] was al voor de zitting van 18 maart 2002 benaderd door potentiële werkgevers die (meer dan) serieuze belangstelling hadden voor [VERWEERDER] als werknemer als het dienstverband van [VERWEERDER] met Promech tot een einde gekomen zou zijn. [VERWEERDER] zegt op advies van zijn gemachtigde die contacten in de wacht te hebben gezet, maar waarom? [VERWEERDER] wil immers, naar hij zelf verklaard heeft, tot zijn pensioen graag op de arbeidsmarkt actief blijven om bij gebreke van andere voorzieningen, in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5768c7dc77c63c0b646c0b93fb570fb3f6415baeb545368714b32fa99de1490. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5768c7dc77c63c0b646c0b93fb570fb3f6415baeb545368714b32fa99de1490, en de alinea staat in dat document op bytes 9864 tot 10667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5768c7dc77c63c0b646c0b93fb570fb3f6415baeb545368714b32fa99de1490 | shasum -a 256