Citaat | Rechtbank Haarlem 4 mei 2007

Alinea 92 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6439.

5.3.1. F heeft zich tegenover N, de verkoper, in haar hoedanigheid van 100% aandeelhoudster van de koper van de diverse vennootschappen verplicht om de te kopen vennootschappen, waaronder kennelijk J, financieel zodanig uit te rusten dat deze in staat zouden zijn de nodige saneringen door te voeren. Door mede ondertekening van de akte heeft eiser naast F, waarin hij met zijn familieleden een aanmerkelijk belang had en waarvan hij met G directeur was, hoofdelijke aansprakelijkheid aanvaard voor de nakoming van deze verplichting door F. De akte bevat, afgezien van de hoofdelijkheidsverklaring, geen zelfstandige verplichtingen voor eiser en G. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat eventuele schulden die ontstonden uit de verplichtingen die F op zich had genomen, in de eerste plaats F aangingen, in de zin van artikel 6:10 van het BW. Hier vloeit uit voort dat eiser wel hoofdelijk aansprakelijk was, maar dat de schuld hem, in de verhouding met F, niet aanging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264, en de alinea staat in dat document op bytes 21523 tot 22517.