Citaat | Rechtbank Haarlem 4 mei 2007
Alinea 93 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6439.
5.3.2. In 1997 is F vervolgens door de curator van J, zo kan worden afgeleid uit de onder 2.3. vermelde akte en het onder 2.8. genoemde processtuk, tezamen met eiser en G, aangesproken tot betaling vanwege het niet nakomen van haar verplichtingen uit hoofde van de akte. J had kennelijk naar Duits recht naast N een zelfstandig vorderingsrecht op F, en derhalve ook op eiser en G. Door een Duitse rechtbank zijn F, eiser en G bij vonnis veroordeeld tot betaling, welk vonnis door de rechtbank Haarlem voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar is verklaard. Op aan eiser toebehorende vermogensbestanddelen in Nederland is door de curator van J beslag gelegd. F, zo is op te maken uit de stukken, bood geen verhaal voor de schulden tot betaling waarvan zij was aangesproken. Terwijl het hoger beroep tegen het Duitse vonnis liep, probeerden partijen in 2002 met betrekking tot de vaststelling van de hoofdsom een schikking met betrekking tot de door F verschuldigde hoofdsom te bereiken. Voorwaarde voor verdere onderhandelingen over de schikking was dat eiser de kosten van de advocaat van de curator van J zou voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264, en de alinea staat in dat document op bytes 22537 tot 23670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264 | shasum -a 256