Citaat | Rechtbank Haarlem 4 mei 2007
Alinea 96 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6439.
5.3.4. Uit het onder 2.10. genoemde bankafschrift en uit de onder 2.11. opgenomen brief, kan worden afgeleid dat op 16 december 2002 in het kader van de schikkingsonderhandelingen € 21.000 aan T is overgemaakt en dat T dit bedrag in 2002 heeft ontvangen. Nu eiser onweersproken heeft gesteld dat hij dit bedrag aan T heeft betaald, acht de rechtbank dit, ondanks de tenaamstelling van de rekening, aannemelijk. Uit de onder 2.9. opgenomen brief leidt de rechtbank verder af dat T zich tegenover A had verbonden het bedrag na ontvangst voor hem ter beschikking te houden. Uit de onder 2.11. opgenomen brief en de niet weersproken stelling dat A het bedrag in januari 2003 daadwerkelijk heeft ontvangen, nog vóórdat een schikking was bereikt, maakt de rechtbank op dat T het bedrag na ontvangst in december 2002, ongeacht of vóór 7 februari 2003 een schikking zou worden bereikt, ook daadwerkelijk voor A ter beschikking heeft gehouden. Onder deze omstandigheden is aannemelijk geworden dat op het moment van ontvangst van de betaling door T in december 2002, de schuld van F aan de curator voor € 21.000 teniet is gegaan, waardoor tegelijkertijd een onvoorwaardelijke regresvordering van eiser op F is ontstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264, en de alinea staat in dat document op bytes 24280 tot 25512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264 | shasum -a 256