Citaat | Rechtbank Haarlem 4 mei 2007

Alinea 98 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6439.

5.4.1. Vast staat dat eiser in 2002 een aanmerkelijk belang had in F. Op grond van artikel 3:92, eerste lid aanhef en onder a, van de Wet IB 2001, wordt onder werkzaamheden in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001 mede verstaan, het rendabel maken van vermogensbestanddelen – daaronder begrepen de schulden die rechtstreeks samenhangen met die vermogensbestanddelen – voor zover deze vermogensbestanddelen al dan niet tegen vergoeding rechtens dan wel in feite, direct of indirect ter beschikking worden gesteld aan een vennootschap waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon, een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in hoofdstuk 4. Voor de toepassing van dit artikel en de daarop rustende bepalingen wordt ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a 6, met het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een in het eerste lid bedoelde vennootschap gelijkgesteld het verkrijgen of het hebben van een recht of een verplichting een vermogensbestanddeel te vervreemden aan een in dat lid bedoelde vennootschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69c054e44057e6b01fc871fccaa640cbf82e16ad4d95a23381bd256966f9264, en de alinea staat in dat document op bytes 25596 tot 26650.