Citaat | Rechtbank Haarlem 5 juni 2007
Alinea 32 Rechtbank Haarlem 5 juni 2007
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 5 juni 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6581.
4.3. Vooropgesteld moet worden dat op fiscaal gebied aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of voor de toepassing van artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM en artikel 1, eerste lid, Twaalfde Protocol gevallen als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen (vgl. HR 8 juli 2005, BNB 2005/310, en EHRM 22 juni 1999, nr. 46757/99, zaak Della Ciaja/Italië, BNB 2002/398). Daarbij dient het oordeel van de wetgever te worden geëerbiedigd tenzij dat van redelijke grond ontbloot is (EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, zaak M.A. en anderen tegen Finland, V-N 2003/52.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53a42a4dc21af5ef60245e79b2e3b454bf56586190e8e56f7fd8b07106ba5a6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53a42a4dc21af5ef60245e79b2e3b454bf56586190e8e56f7fd8b07106ba5a6c, en de alinea staat in dat document op bytes 9560 tot 10314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53a42a4dc21af5ef60245e79b2e3b454bf56586190e8e56f7fd8b07106ba5a6c | shasum -a 256