Citaat | Rechtbank Haarlem 28 januari 2009

Alinea 97 Rechtbank Haarlem 28 januari 2009

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 28 januari 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1221.

Op zich vormt het Liquidatietarief geen recht in de zin van art. 99 RO, en betreft het hier slechts een de rechter niet bindende richtlijn. Daar staat evenwel tegenover dat in de praktijk slechts zeer zelden van dat tarief wordt afgeweken; de discussie over de hoogte van proceskosten pleegt veelal te worden beperkt tot de vraag welke tariefgroep van het Liquidatietarief dient te worden toegepast. In deze zaak is over laatstbedoelde vraag weinig discussie mogelijk: de omvang van de vorderingen leidt bij toepassing van het Liquidatietarief zonder meer tot het hoogste tarief, te weten tarief VIII, welk tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde boven € 1.000.000,-- en waarin ieder punt wordt gewaardeerd op € 3.211,--. In deze zaak zou dit leiden tot een toe te kennen advocatensalaris van 4 punten (cva; cvd; pleidooi), derhalve € 12.844,-.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f03c7a79482ed46aa83095e392e117d24f07d064672a0a5ae1893485c0a4fc8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f03c7a79482ed46aa83095e392e117d24f07d064672a0a5ae1893485c0a4fc8b, en de alinea staat in dat document op bytes 36181 tot 37062.