Citaat | Rechtbank Haarlem 3 februari 2009
Alinea 33 Rechtbank Haarlem 3 februari 2009
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 3 februari 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1908.
1.11 Ter zitting heeft de rechtbank geoordeeld dat de notitie van 19 april 2006 van de heer Q als een op de zaak betrekking hebbend stuk als bedoeld in artikel 8:42 Awb moet worden aangemerkt nu eiser voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn geweest voor de besluitvorming in zijn zaak. De rechtbank heeft ter zitting voorts besloten eiser in de gelegenheid te stellen om zich binnen twee weken schriftelijk uit te laten over beperking van de kennisneming en de door verweerder aangevoerde geheimhoudingsgronden ten aanzien van voormelde notitie Q en de hierboven genoemde stukken uit de discussiebase van verweerders projectgroep buitenlandse optieregelingen. Voorts heeft de rechtbank eiser in de gelegenheid gesteld de ontbrekende stukken te overleggen met de nummers 13, 20, 38, 46 en 47 in genoemde brief van 10 september 2007.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f58f0f7c5e091fbb092258cf1d3bed23a0fa8c09652070c5a7fced4b931efe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f58f0f7c5e091fbb092258cf1d3bed23a0fa8c09652070c5a7fced4b931efe, en de alinea staat in dat document op bytes 11059 tot 11937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8f58f0f7c5e091fbb092258cf1d3bed23a0fa8c09652070c5a7fced4b931efe | shasum -a 256