Citaat | Rechtbank Haarlem 3 februari 2009

Alinea 40 Rechtbank Haarlem 3 februari 2009

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 3 februari 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1908.

2.5 Eiser is daarentegen van mening dat bij de notitie Q geen sprake is van een intern meningsvormend stuk en wel door verweerder dient te worden overgelegd. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser e-mailcorrespondentie verstrekt uit de periode maart –april 2006 tussen eisers gemachtigden en enkele leden van de projectgroep, onder andere projectleider Q. Uit deze correspondentie blijkt volgens eiser dat op basis van de notitie van Q zelfs enkele navorderingsaanslagen zijn vernietigd. Voorts wijst eiser op een bij de rechtbank de door D bij de rechtbank Arnhem aanhangige procedure, waarin in een e-mail d.d. 24 april 2006 afkomstig van door D en E, belastinginspecteurs en tevens deeluitmakende van de projectgroep, zelfs uit de notitie Q wordt geciteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f58f0f7c5e091fbb092258cf1d3bed23a0fa8c09652070c5a7fced4b931efe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f58f0f7c5e091fbb092258cf1d3bed23a0fa8c09652070c5a7fced4b931efe, en de alinea staat in dat document op bytes 16112 tot 16895.