Citaat | Rechtbank Haarlem 30 september 2011

Alinea 48 Rechtbank Haarlem 30 september 2011

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 30 september 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BT6236.

Verdachte heeft ter terechtzitting een verklaring afgelegd. Hij heeft bekend dat hij ten tijde van zijn aanhouding in het bezit was van een vuurwapen en munitie. Verder heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij op vrijdag 24 december 2010 [slachtoffer] telefonisch heeft benaderd. Hij wilde hem spreken over een groot geldbedrag dat [slachtoffer] hem verschuldigd was. [slachtoffer] heeft hem opgehaald en verdachte heeft hem verteld waar hij naar toe moest rijden. Zij reden naar Jarmuiden (de rechtbank begrijpt: een straatnaam te Amsterdam-Sloterdijk) waar [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij een Mercedes ML stonden. Die ML is van verdachte. [slachtoffer] en verdachte hebben op de achterbank van de ML plaatsgenomen en verdachte vroeg aan [medeverdachte 1] om te rijden in de ML. [medeverdachte 2] reed achter hen aan in de Audi van [slachtoffer]. [slachtoffer] had de sleutel van de Audi vrijwillig aan [verdachte] gegeven. Er was sprake van een langlopend financieel conflict tussen [slachtoffer] en verdachte en [slachtoffer] wist dat daarover gepraat moest worden. [slachtoffer] heeft daarom de batterijen uit zijn telefoons gehaald hetgeen normaal is als er 'gepraat' moet worden. Verdachte had een vuurwapen bij zich. Ze reden richting Alkmaar en bij Beverwijk zijn ze gewisseld van auto. [slachtoffer] had namelijk aangegeven, dat ze naar zijn broer konden rijden om een klein geldbedrag op te halen en het was verdachte bekend dat die broer niet naar buiten zou komen als hij een onbekende auto zou zien. Dat is de reden dat van auto is gewisseld. [medeverdachte 2] is vervolgens in de ML achter hen aangereden. Verdachte gaf de route aan. Onderweg zijn de gemoederen hoog opgelopen. De benzine van de Audi was op een gegeven moment zo goed als op en er is toen geparkeerd op een parkeerplaats langs de weg. [medeverdachte 1] is toen uit de Audi gestapt en bij [medeverdachte 2] in de ML gaan zitten om [verdachte] en [slachtoffer] alleen verder te laten praten. Verdachte was woedend en pakte zijn wapen. [slachtoffer] wilde het wapen afpakken. Verdachte heeft hem toen bij zijn nek gepakt en beschoten. Omdat hij daarbij niet wilde dat [slachtoffer] dood zou gaan, heeft hij hem bewust in zijn heup en bil geschoten. Hij heeft 4 of 5 keer geschoten. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer] uit de auto getrokken en gezegd dat hij op moest sodemieteren en moest gaan lopen. Verdachte was heel kwaad. Hij wilde er voor zorgen dat [slachtoffer] inderdaad moest lopen. Om die reden heeft hij een jerrycan met benzine uit de ML gepakt, die daar toevallig achter de voorstoelen stond omdat hij wel eens aan brommertjes sleutelt, en hij heeft deze benzine over de Audi heen gegooid. Ook heeft hij een beetje benzine op de grond gesproeid. Vervolgens heeft hij die benzine aangestoken, waardoor de auto in brand is gegaan. [slachtoffer] zat toen niet in de auto. Verdachte is vervolgens bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de ML gestapt en ze zijn weggereden. Een mogelijke verklaring voor het feit dat [slachtoffer] brandwonden heeft opgelopen, is volgens verdachte dat hij nog iets belangrijks uit de brandende Audi heeft willen pakken.19

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ea5ba4062be95f2eee16c04c60bf2f8947a40f8786bf586a3de01f4470788a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ea5ba4062be95f2eee16c04c60bf2f8947a40f8786bf586a3de01f4470788a5, en de alinea staat in dat document op bytes 17648 tot 20837.