Citaat | Rechtbank Haarlem 27 januari 2012

Alinea 293 Rechtbank Haarlem 27 januari 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 27 januari 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BV2194.

De rechtbank overweegt thans als volgt. Het delictsbestanddeel zich wederrechtelijk toe-eigenen zoals in de tenlastelegging van de feiten 1, 3 en 5 is opgenomen heeft volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad een voldoende feitelijke betekenis, namelijk het als heer en meester over het goed gaan beschikken. Reeds door het stellen van die toe-eigening in de tenlastelegging is aan de vereiste opgave van het feit voldaan. Het delict verduistering kan, zoals ook hier het geval is, zich over een aanmerkelijke periode uitstrekken waarin een verdachte tezamen en/of in vereniging met anderen op verschillende wijzen over de zich toegeëigende voorwerpen als heer en meester is gaan beschikken, hetgeen impliceert dat die verduistering ook kan voortduren. De omstandigheid dat hierbij een ruime pleegperiode is ten laste gelegd maakt niet dat daarmee voor verdachte niet duidelijk is hetgeen hem wordt verweten en waartegen hij zich heeft te verdedigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2dcb35bb7af6dc8ea6767b893e70504a2892027b99c9ae8000b24247656fbab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2dcb35bb7af6dc8ea6767b893e70504a2892027b99c9ae8000b24247656fbab, en de alinea staat in dat document op bytes 87392 tot 88363.